Gelet op het reglement van orde betreffende het goedkeuren van de notulen en het zittingsverslag der vorige vergadering, zijnde 11 september 2025;
Overwegende dat tijdens de zitting geen opmerkingen gemaakt werden;
De notulen en het zittingsverslag der vorige zitting worden goedgekeurd.
In zitting van 19 december 2019 stelde de gemeenteraad het meerjarenplan 2020-2025 vast;
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale) besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)) besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB-2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Het vroegere jaarlijkse budget is voortaan geïntegreerd in het meerjarenplan. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Overwegende de bespreking in de raad voor maatschappelijk welzijn;
Art. 1. - De vaststelling wijziging meerjarenplan 2020-2025 (MJPA7-2025) gemeente bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan en de staat van het financieel evenwicht wordt goedgekeurd.
Volgens het DLB dient de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2020-2025 van het OCMW goed te keuren;
Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale) besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)) besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB-2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 december 2019 betreffende vaststellen van meerjarenplan 2020-2025 van het OCMW;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 november 2020 betreffende vaststellen van wijziging meerjarenplan 2020-2025;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2021 betreffende vaststellen van wijziging meerjarenplan 2020-2025;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 november 2022 betreffende vaststellen van wijziging meerjarenplan 2020-2025;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 november 2023 betreffende vaststellen van wijziging meerjarenplan 2020-2025;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 12 september 2024 betreffende vaststellen van wijziging meerjarenplan 2020-2025;
Gelet op het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 april 2025 betreffende vaststellen van wijziging meerjarenplan 2020-2025;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Het vroegere jaarlijkse budget is voortaan geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2020 in het meerjarenplan 2020-2025 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, omvatten ook de kredieten voor dat jaar. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Gelet op de bespreking in de raad voor maatschappelijk welzijn;
Art. 1. - De wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 (MJPA7-2025) van het OCMW, bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan en de staat van het financieel evenwicht wordt goedgekeurd.
Naar aanleiding van het gewijzigd meerjarenplan zijn een aantal nominatieve subsidies van 2025 t.o.v. het initieel bedrag gewijzigd.
Gelet op artikel 41, 23° van het decreet lokaal bestuur op grond waarvan de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.
De lijst van nominatieve subsidies bevatten de budgetcodes die overeenkomen met de voorzieningen in het recentste meerjarenplan van de gemeente.
Jaarlijks wordt een lijst opgemaakt van nominatieve subsidies aan verenigingen, andere overheden, kerkfabrieken, etc. Deze subsidies kunnen exploitatie- of investeringstoelagen zijn. Nominatief betekent dat deze subsidies niet onderworpen zijn aan een gemeentelijk subsidiereglement.
De lijst met nominatieve subsidies is vanaf 2020 geen onderdeel meer van het meerjarenplan, maar het spreekt voor zich dat de bijhorende kredieten wel reeds voorzien zijn in het beleidsrapport.
Schepen Andries Sioen meldt dat de toelagen voor de adviesraden (sportraad, cultuurraad en toerisme) niet zullen uitbetaald worden; er worden voor de werkgroepen werkingsmiddelen binnen het budget voorzien.
Raadslid Sigrid Verhaeghe vraagt aandacht dat de stukken die voorliggen accuraat zijn;
Art. 1. - De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve subsidies 2025 - deel gemeente - vast. Hiervoor wordt verwezen naar de bijlage.
Op 23 juli 2025 ontvang het gemeentebestuur van de provincie West-Vlaanderen de adviesvraag omtrent de omgevingsvergunningsaanvraag voor het inrichten van het landschappelijk waterpark “Dadipark” langs de Heulebeek in Dadizele.
De aanvraag “Inrichting landschappelijk waterpark Dadipark” is de eerste fase (nl. fase 0) en betreft de aanleg van een landschappelijk waterpark met ruimte voor waterbuffering, natuur, zachtrecreatieve verbindingen, zoals opgenomen in het RUP en met de globale inrichtingsstudie reeds goedgekeurd. Deze aanleg is essentieel om de wateroverlast in het centrum van Dadizele te voorkomen, aangezien de regio in het verleden herhaaldelijk met overstromingen te maken kreeg. Naast de waterbuffering, waarbij minstens 20 000 m² waterbufferingscapaciteit wordt voorzien, zal het terrein worden omgevormd tot een publiek toegankelijk park met wandelpaden en groene zones. Met deze aanvraag worden geen uitspraken gedaan over eventuele bouwintenties.
De provincie West-Vlaanderen zal deze werken uitvoeren en financieren, terwijl de gemeente Moorslede zal instaan voor het onderhoud van het park en de plaatsing van voorzieningen zoals banken.
Met de aanvraag wordt een nieuwe recreatieve fietsverbinding voorzien, waarvoor een rooilijnplan werd opgenomen. Dit nieuw wegtracé verbindt de Moorsledestraat met de Waterstraat. Conform het gemeentewegendecreet dient dit vervolgens binnen de procedure van de omgevingsprocedure als "zaak der wegen" voor goedkeuring voorgelegd te worden aan de gemeenteraad. Na goedkeuring wordt dit nieuw tracé opgenomen in het wegenregister.
Dossierreferentie: OMV_2025002801 (2025130) – Provincie West-Vlaanderen
Locatie: Dadizeelsestraat , Ledegemstraat 13, 77, Moorsledestraat , Plaats en Waterstraat , 8890 Moorslede; Moorslede, afdeling 1 sectie C nrs. 1571L2, 1574A2, 1576A, 1576C, 1576B, 1577D, 1577C, 1578B, 1579A, 1580A, 1581_, afdeling 2 sectie A nrs. 965A2, 1034N2, 1034F2, 1036G, 1036K, 1036H, 1076S, 1081W en 1082B.
Gelet op het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019;
Gelet op het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014, in het bijzonder artikel 31;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, in het bijzonder artikel 47;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 2;
Gelet op het GRB-decreet van 16 april 2004, in het bijzonder artikel 13 §3 en §4;
1. Beschrijving
De omgevingsvergunningsaanvraag omvat het realiseren van het landschappelijk waterpark in Dadizele en dit met ruimte voor waterbuffering, natuur, zachtrecreatieve verbindingen in eerste fase, nl. fase 0, conform het RUP Dadipark.
De recreatieve voetgangers- en fietsverbinding, conform artikel 9 van het RUP Dadipark, die de west- en oostzijde van het gebied verbindt en verschillende onderdelen van het park ontsluit vormt een nieuwe link in het fiets- en wandelnetwerk langs de Heulebeek.
2. Openbaar onderzoek:
De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard door de deputatie op 23 juli 2025 en conform artikel 11 t.e.m. artikel 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Uit het onderzoek bleek dat de gewone procedure diende te worden toegepast. Bijgevolg werd de gemeente gevraagd om een openbaar onderzoek te organiseren. georganiseerd over de periode .
Gedurende de periode van het openbaar onderzoek van 1 augustus 2022 tot en met 30 augustus 2025 werden acht bezwaarschriften geregistreerd op het Omgevingsloket, waarvan vier effectieve bezwaarindieners.
Alle bezwaren zijn ontvankelijk en worden hier kort samengevat:
Bezwaar 1, 2 en 6 zijn van eenzelfde bezwaarindiener, waarbij bezwaar 2 de bijlage is van de registratie van het eerste bezwaar. Deze bezwaren worden samen genomen.
De bezwaarelementen zijn:
Bezwaar 3 en 4 zijn van eenzelfde bezwaarindiener en hebben dezelfde inhoud. De inhoud komt overeen met het bezwaar van de eerste bezwaarindiener.
Het bezwaar betreft volgend element:
Bezwaar 5 en 8 zijn van eenzelfde bezwaarindiener en hebben dezelfde inhoud. De inhoud van dit bezwaar is gelijk met de inhoud van tweede bezwaarindiener (bezwaar 3 en 4).
Het bezwaar betreft volgend element:
Bezwaar 7 is van een vierde bezwaarindiener.
Het bewaar betreft volgende elementen:
2. De bezwaarindiener maakt zich zorgen om de constructie van de toren op zich en de directe inkijk in de woning en de tuin die hierbij mogelijk zal zijn.
De bezwaarindiener geeft aan dat de lopende aanvraag zonder meer misleidend te noemen is, nu deze weliswaar niet de eigenlijke uitkijktoren als voorwerp heeft, maar wel zijn positionering bepaalt. Het inplanten van de uitkijktoren op een andere locatie – verder van de woning van mijn cliënten – niet meer mogelijk zal zijn eenmaal de gevraagde omgevingsvergunning wordt afgeleverd.
3. De bezwaarindiener geeft aan dat er een wezenlijk probleem met de MER-screeningsplicht is nu het volledige project (de toren en locatie) minstens screeningsplichtig is en dat over alle bestanddelen van een project een grondig milieueffectenonderzoek moet gebeuren en men verwijst naar bijlage III van het MER-besluit.
De gemeenteraad dient bij de beslissing over de "zaak van de wegen", wat valt onder het gemeentewegendecreet, de bezwarende elementen te behandelen die betrekking hebben op de "zaak van de wegen".
Het gemeentewegendecreet regelt hoe gemeentewegen (en buurtwegen) mogen aangelegd, gewijzigd, verplaatst of opgeheven worden. Hierbij wordt besloten dat de bezwaarelementen geen betrekking hebben op de "zaak der wegen" en worden bijgevolg door de gemeenteraad niet verder behandeld.
3. Externe adviezen
Er werden drie adviezen geformuleerd:
De voorwaarden hebben geen betrekking op de zaak der wegen.
4. Toets aan de principes opgenomen in artikel 3 en artikel 4 van het decreet houdende de gemeentewegen
Artikel 3. (01/09/2019- ...)
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Met het voorzien van een nieuwe oost-west doorsteek wordt het gemeentelijk wegennet uitgebreid en wordt de toegankelijkheid verbeterd.
Artikel 4. (01/09/2019- ...)
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
Het algemeen belang betreft binnen de doelstellingen van het gemeentewegendecreet dat de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van gemeentewegen gevrijwaard en verbeterd wordt. Wijzigingen die daarmee in strijd zijn, behoren niet tot de mogelijkheden. Dat hoeft evenwel geen beletsel te vormen voor beslissingen die neutraal zijn ten opzichte van die algemene doelstellingen, aangezien ook rekening kan gehouden worden met overige aspecten van het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld de beginselen van behoorlijk bestuur.
In het voorgestelde project (12,5 ha) wordt bijkomend openbaar domein, dat als landschappelijk waterpark zal functioneren, gecreëerd. Dit project staat ten dienste van zowel de inwoners van Dadizele als de ruimere omgeving, waarbij de doorwaadbaarheid voor zachte weggebruikers wordt vergroot. Met het rooilijnplan wordt een bijkomende as, die enerzijds de west- en oostzijde van het gebied verbindt (nl. de Moorsledestraat met de Waterstraat) en anderzijds ook de verschillende onderdelen van het park zal ontsluiten.
Met de gevraagde wijziging van rooilijn gaat een verruiming van openbaar domein gepaard, grotendeels in functie van groenvoorziening en doorwaadbaarheid voor zachte weggebruikers. Dit komt niet alleen de bewoners van Dadizele ten goede, maar tevens de ruimere omgeving. Het voorbehoud dat wordt geformuleerd in dit principe geldt vooral voor het afschaffen van wegenis, of het verbreden in functie van automobiliteit. Dit is hier helemaal niet aan de orde. Er wordt bijkomend openbaar domein gerealiseerd dat als landschappelijk waterpark zal functioneren.
Met de aanpassing/uitbreiding van de rooilijnen wordt het openbaar domein uitgebreid zonder dat daarbij omgevende percelen worden beperkt in ontsluiting. De inrichting van de nieuwe verbinding is gebaseerd op het goedgekeurd globaal inrichtingsplan en overeenkomst, die met de partners werd goedgekeurd.
De aangepaste rooilijn heeft geen impact op gemeentegrensoverschrijdend perspectief.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
De locatie van de nieuwe verbinding tussen de Moorsledestraat en de Waterstraat werd reeds met het RUP beoordeeld en goedgekeurd. De as is drie meter breed en voorzien in betonverharding, die afwatert in het groen. De as wijkt nergens meer dan 20 meter af van de vooropgestelde lijn. Door het pad te voorzien in beton, is het toegankelijk voor de actieve weggebruiker. Op de as van het betonnen wandel- en fietspad door het park, komt een nieuwe brug om de oversteek over de Heulebeek te maken. Deze brug moet aan de opgelegde eisen van de provincie voldoen (beheerder waterloop) en is met andere woorden overstroombaar en vormt geen obstructie bij overstroming. Daarom werd gekozen om de brug in composiet materiaal te voorzien. Dit maakt de grote overspanning mogelijk (er mogen geen steunpunten worden voorzien in de bedding van de beek) en is hierbij onderhoudsvriendelijk. Het ontwerp-rooilijnplan, in combinatie met de voorgestelde inrichting van het openbaar domein doorstaat de toets aan de principes uit het gemeentewegendecreet.
5. Voorstel van door de gemeenteraad op te leggen lasten voor de aanvrager:
Niet van toepassing.
Gezien het 'wasserij-arrest' van het hof van justitie ook van toepassing is op dossier Dadipark, verdaagt de raad dit punt.
In 2018 werd bij de opstart van de werking van DVV Midwest onder begeleiding van kantoor Vandelanotte een prefilling opgemaakt om een ruling met de BTW commissie aan te vragen. Bij de opmaak van het aanvraagdossier voor de ruling, heeft Vandelanotte gemotiveerd dat de werking van DVV Midwest onder verschillende uitzonderingsgronden valt zoals opgenomen in de BTW circulaire waardoor DVV Midwest vrijgesteld zou zijn van BTW.
Deze ruling werd uiteindelijk nooit formeel beoordeeld door de BTW commissie omdat men geen uitspraak kon doen over het voorafgaandelijk karakter. Sindsdien heeft DVV Midwest steeds gewerkt volgens de afgesproken principes in de prefilling. Dit betekent dat een transparante boekhouding wordt gevoerd (aanvullend volgens BBC), dat voor intergemeentelijk personeel een duidelijk overzicht wordt bijgehouden van de verschillende kosten die volgens een afgesproken verdeelsleutel verdeeld worden onder de deelnemende besturen.
Gelet op het Decreet lokaal bestuur 22 december 2017;
Gelet op de statuten DVV Midwest dd. 22 december 2017, gewijzigd dd. 18 december 2018;
De besturen hebben in het najaar 2024 de beslissing genomen om de NIP werking in te kantelen van PZ RIHO naar DVV Midwest. Naast Midwest-gemeenten maken ook niet-Midwest-gemeenten gebruik van deze dienstverlening (wat momenteel ook zo behouden zou blijven). Gelet op dit nieuw gegeven, keurde de raad van bestuur goed om advies in te winnen van Joost De Bauw, BTW expert.
Om te voldoen aan de voorwaarden van het Wetboek BTW dient DVV Midwest, op basis van het advies van Joost De Bauw, een nieuwe zelfstandige groepering op te richten met bijhorende administratieve formaliteiten. In uitvoering hiervan is een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt om een kostendelende vereniging ‘intergemeentelijk samenwerking Midwest’ op te richten die ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Art. 1. - De gemeenteraad neemt akte van oprichting van de kostendelende vereniging “intergemeentelijke samenwerking Midwest”.
Art. 2. - De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst goed.
Art. 3. - Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd op dvv-midwest@midwest.be.
In januari 2026 nemen alle Vlaamse lokale besturen het eLys-platform in gebruik en stappen ze zo over naar de digitale verwerking van een overlijden. Vóór de start van deze nieuwe werkwijze moeten de lokale besturen een toetredingsovereenkomst ondertekenen om te voldoen aan de AVG-wetgeving.
Het overlijden van een persoon leidt in Vlaanderen tot een uitgebreid administratief proces, met uitwisseling van papieren attesten tussen de betrokken partijen (gemeenten, uitvaartondernemer en artsen) om aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen. Ook nabestaanden krijgen te maken met deze administratieve rompslomp.
Het digitaal uitwisselingsplatform eLys digitaliseert de administratieve processen en procedures die gepaard gaan met het overlijden van een persoon en zorgt voor een efficiënte en veilige gegevensdeling tussen alle betrokken stakeholders. Ondertussen bekrachtigde de Vlaamse Regering via een decreet de digitalisering van de overlijdensadministratie vanaf 1 januari 2026.
Voordelen:
De AVG-wetgeving (Algemene Verordening Gegevensbescherming) verplicht de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken van het platform een toetredingsovereenkomst te ondertekenen. Die overeenkomst regelt de verdeling van de verantwoordelijkheden voor de verwerking van de persoonsgegevens. De werkgroep informatie & cyberveiligheid van VVSG die de DPO’s van de verschillende steden en gemeenten verenigt, keek dit document na en valideerde het.
Concreet sluit elk lokaal bestuur een toetredingsovereenkomst af met Athumi - het Vlaams Datanutsbedrijf, een verzelfstandigd Vlaams agentschap dat optreedt als neutrale partner die instaat voor de bouw en het beheer van eLys.
Art. 1. - De gemeenteraad keurt de toetredingsovereenkomst met Athumi, voor opstart digitale aangifte overlijden via eLys-platform, goed.
Art. 2. - De ondertekende overeenkomst wordt via het berichtencentrum in het Loket voor lokale besturen bezorgd.
Op 3 februari 2023 bekrachtigde de Vlaamse Regering het decreet over de regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, hierna het Regiodecreet genoemd. Het Regiodecreet zorgt voor de decretale verankering van de referentieregio’s en definieert het concept, het toepassingsgebied, de principes en de gevolgen van regiovorming.
Gelet op het decreet over regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur d.d. 3 februari 2023, met in het bijzonder artikel 8: "De regiowerking wordt maandelijks ingeschreven op de agenda van het college van burgemeester en schepenen. De voorzitter van de gemeenteraad schrijft de regiowerking minstens twee keer per jaar in op de agenda van de gemeenteraad. Met behoud van de toepassing van artikel 389, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017 waakt de gemeenteraad of diezelfde gemeenteraadscommissie over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op de regiowerking."
Regioconform samenwerken impliceert dat gemeenten hun intergemeentelijke samenwerkingsverbanden organiseren binnen de grenzen van hun eigen referentieregio. Supraregionale samenwerking, namelijk samenwerking tussen 2 of meer referentieregio’s in hun geheel, blijft mogelijk.
Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die opgericht worden vanaf de inwerkingtreding van het decreet, zullen zich meteen aan de referentieregio’s moeten conformeren. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die voor die datum opgericht zijn, moeten uiterlijk 31 december 2030 in overeenstemming zijn met de principes van regioconform samenwerken. Afvalintercommunales krijgen tijd tot 31 december 2036 om zich te organiseren volgens de referentieregio’s.
Het Regiodecreet bevat een stimulans voor samenwerking tussen lokale besturen binnen eenzelfde referentieregio op het vlak van personeelsmobiliteit: de regiomobiliteit.
Daarnaast introduceert het Regiodecreet 2 bijkomende instrumenten voor democratische legitimiteit van de regiowerking (naast de bestaande in het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur). Enerzijds wordt de regiowerking een vast maandelijks punt op de agenda van het college van burgemeester en schepenen, anderzijds wordt de regiowerking minstens tweemaal per jaar op de agenda van de gemeenteraad geplaatst.
Het Regiodecreet wijzigt tot slot ook het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Vanaf 1 januari 2024 wordt zowel voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden als voor de verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn het goedkeuringstoezicht afgeschaft en vervangen door een voorafgaand niet-bindend advies van de Vlaamse Regering. Het goedkeuringstoezicht blijft wel in overgang behouden zolang een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging niet voldoet aan de principes van regioconform samenwerken.
Art. 1. - De gemeenteraad neemt kennis van het samenvattend overzicht van de overleggen binnen Midwest d.d. september 2025.
Gelet op het feit dat de gemeente Moorslede aangesloten is bij Fluvius Opdrachthoudende Vereniging;
Gelet op het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur; waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering;
Gelet op het feit dat de gemeente Moorslede per aangetekend schrijven van 1 september 2025 werd opgeroepen om op digitale wijze deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 26 november 2025;
Gelet op het feit dat een dossier met documentatiestukken aan de gemeente Moorslede per brief van 1 september 2025 overgemaakt werd;
Art. 1. - Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging d.d. 26 november 2025 met als agendapunten:
Art. 2. - De vertegenwoordiger van de gemeente/stad die zal deelnemen aan de digitale Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 26 november 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Art. 3. - Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan Fluvius Opdrachthoudende Vereniging, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e‑mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
Gelet op het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke Algemene Vergadering;
Gelet op het feit dat de gemeente Moorslede voor één of meerdere activiteiten aangesloten is bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius West;
Gelet op het feit dat de agenda met documentatiestukken opgesteld werd door de Raad van Bestuur in zitting van 16 september 2025;
Gelet op het feit dat de gemeente Moorslede per aangetekend schrijven van 17 september 2025 werd opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West die op 16 december 2025 plaatsheeft in “Salons De Vrede, Moerdijkstraat 94 te 8480 Ichtegem”;
Gelet op het feit dat een dossier met documentatiestukken aan de gemeente/stad op digitale wijze op 17 september 2025 ter beschikking werd gesteld;
Gelet op het door de Raad van Bestuur opgestelde ontwerp van statutenwijzigingen die worden onderverdeeld in 5 luiken, met name (1) wijziging over de winstverdeling en kostenlasten met betrekking tot de activiteit warmte, (2) wijzigingen ten gevolge van gewijzigde regelgeving, (3) actualiseringen/verduidelijkingen/tekstverfijningen, (4) alsook een voorstel tot partiële splitsing van 15 ex-Havi-tv-gemeenten vanuit Fluvius West naar enerzijds Fluvius Zenne-Dijle en Fluvius Halle-Vilvoorde en (5) schrapping van bepalingen die niet langer van toepassing zijn;
Gelet op het niet-bindend advies van de Vlaamse Regering d.d. 23 juli 2025 dat deel uitmaakt van het dossier ‘statutenwijzigingen’;
Gelet op het voorstel om de voorliggende statutenwijzigingen in werking te laten treden per 1 januari 2026;
Gelet op het feit dat de Raad van Bestuur van Fluvius West in zitting van 16 september 2025 de bijzondere verslagen heeft opgesteld overeenkomstig de artikelen 6:86 (wijziging voorwerp) en 6:87 (wijziging aandelensoorten) van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen;
Gelet op de partiële splitsing door overneming die de Raden van Bestuur van Fluvius West en van Fluvius Halle-Vilvoorde voorstellen waarbij de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en de stad Vilvoorde voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken uit de opdrachthoudende vereniging Fluvius West zullen treden en zullen toetreden tot de opdrachthoudende vereniging Fluvius Halle-Vilvoorde;
Gelet op de partiële splitsing door overneming die de Raden van Bestuur van Fluvius West en van Fluvius Zenne-Dijle voorstellen waarbij de gemeente Kampenhout voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken uit de opdrachthoudende vereniging Fluvius West zal treden en zal toetreden tot de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle;
Art. 1. - Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius West d.d. 16 december 2025:
Art. 2. - Zijn goedkeuring te hechten aan de voorgestelde statutenwijzigingen van Fluvius West.
Art. 3. - Partiële splitsing door overneming van Fluvius West naar Fluvius Halle-Vilvoorde voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde.
Zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel van partiële splitsing door overneming inzake de overgang van Fluvius West naar Fluvius Halle-Vilvoorde van de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken verbonden aan de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West te verzoeken de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeenten Asse, Dilbeek, Grimbergen, Lennik, Liedekerke, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Pajottegem, Pepingen, Roosdaal, Steenokkerzeel en Vilvoorde te willen aanvaarden.
Art. 4. - Partiële splitsing door overneming van Fluvius West naar Fluvius Zenne-Dijle voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout.
Zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel van partiële splitsing door overneming inzake de overgang van Fluvius West naar Fluvius Zenne-Dijle van de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken verbonden aan de gemeente Kampenhout.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius West te verzoeken de uittreding voor de activiteit openbare elektronische-communicatienetwerken van de gemeente Kampenhout te willen aanvaarden.
Art. 5. - De opdrachthoudende vereniging Fluvius West te verzoeken om de nodige bestuurlijke en vennootschapsrechtelijke acties te ondernemen om uitvoering te kunnen geven aan bovenstaande beslissingen van deze gemeenteraad.
Art. 6. - De vertegenwoordiger van de gemeente Moorslede die zal deelnemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius West op 16 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormelde artikelen van onderhavige beslissing.
Art. 7. - Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius West, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e‑mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
Gelet op het feit dat de gemeente Moorslede aangesloten is bij de MIROM, Milieuzorg Roeselare en Menen;
Gelet op het decreet d.d. 22 december 2017 houdende de intergemeentelijke samenwerking, meer bepaald op artikel 432 DLB, dat bepaalt: “De vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering”;
Gelet op art. 445 DLB;
Gelet dat cfr. Art. 432 DLB, aldus:
Gelet op de uitnodiging van 2 oktober 2025 van Mirom tot de Algemene Vergadering van 16 december 2025 om 18.00 uur vanuit Kantoren Mirom, Oostnieuwkerksesteenweg 121, 8800 Roeselare, met volgende agenda:
Het punt wordt verdaagd.
Namens Gemeenteraad,
Kristof Vander Stichele
Algemeen directeur
Marnik Vanackere
Voorzitter