Gelet op het reglement van orde betreffende het goedkeuren van de notulen en het zittingsverslag der vorige vergadering, zijnde 11 september 2025;
Overwegende dat tijdens de zitting geen opmerkingen gemaakt werden;
De notulen en het zittingsverslag der vorige zitting worden goedgekeurd.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van het meerjarenplan 2020-2025 van het OCMW vast.
Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 tot uitvoering van artikel 190 van het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale) besturen, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale (en de provinciale (ing. MB 12 september 2018, art. 1, I: 1 januari 2020)) besturen, het laatst gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB-2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (schema M3), waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
Het vroegere jaarlijkse budget is voortaan geïntegreerd in het meerjarenplan. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Gehoord de schepen van financiën;
Art. 1. - De vaststelling wijziging meerjarenplan 2020-2025 (MJPA7-2025) bestaande uit de strategische nota, het financieel doelstellingenplan en de staat van het financieel evenwicht wordt goedgekeurd.
Sinds 15 december 2011 subsidieert de Vlaamse overheid, Departement Zorg, 11 regionale samenwerkingsverbanden rond schuldpreventie in Vlaanderen en Brussel. Sinds 2014 worden deze samenwerkingsverbanden "BudgetInZicht" (BIZ) structureel verankerd en gesubsidieerd conform de bepalingen in het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 december 2014.
Met dit samenwerkingsakkoord worden er afspraken vastgelegd tussen de partners binnen het BIZ-samenwerkingsverband in de regio Centraal-West-Vlaanderen, zijnde de OCMW's, het CAW Centraal-West-Vlaanderen en erkende verenigingen waar armen het woord nemen.
De missie van het samenwerkingsverband is om structureel (herval in) schuldenlast te voorkomen en terug te dringen via preventie-initiatieven en via toegankelijke, cliëntgerichte en integrale budget- en schuldhulpverlening. BIZ positioneert zich hierbij als een netwerkorganisatie inzake schuldpreventie en kwaliteitsvolle budget- en schuldhulpverlening.
Het samenwerkingsverband realiseert de volgende strategische doelstellingen (cfr. Besluit Vlaamse Regering 31/01/2014) en operationele doelstellingen (geformuleerd in overleg met alle 11 BIZ-regio's):
De regionale stuurgroep tekent de inhoudelijke en strategische lijnen van BIZ uit, volgt die op en stuurt bij waar nodig. De BIZ-coördinator maakt de agenda op, zit de vergaderingen voor en bezorgt na afloop een verslag aan alle leden. In de stuurgroep zetelen een afvaardiging van OCMW's, CAW Centraal-West-Vlaanderen, de GBO-projectmedewerkers en de vzw Schuldbemiddeling. CAW Centraal-West-Vlaanderen neemt het budgethouderschap op zich.
De inhoud en doelstellingen van de beleidsplannen en de concrete vertaling in acties worden steeds in wederzijds overleg met de stuurgroep bepaald. Binnen de stuurgroep wordt jaarlijks de begroting vastgelegd, rekening houdend met het beleidsplan en jaaractieplan en actuele ontwikkelingen.
Om de financiële balans in evenwicht te houden, maakt BIZ een onderscheid tussen een gratis aanbod en een betalend aanbod waarop leden van het samenwerkingsverband alsook externe partners (bijv. scholen, jongerenorganisaties, sociale diensten VAPH en GGZ, ...) kunnen intekenen. De BIZ-subsidie stijgt echter niet evenredig met de toenemende personeelskosten. Om de uitrol van het actieplan ook op lange termijn te kunnen blijven realiseren en ruimte voor innovatie te kunnen blijven creëren, zoekt de stuurgroep waar opportuun naar extra projectmatige en structurele inkomsten.
Deze samenwerkingsovereenkomst loopt voor een periode van vijf jaar, met ingang van 01 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
Art. 1. - De raad keurt de samenwerkingsovereenkomst met BIZ Centraal-West-Vlaanderen goed voor een periode van vijf jaar, met ingang van 01 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
Gelet op de beslissing van het vast bureau van 27 november 2023 houdende beëindiging van de landpacht per 30 september 2023 voor de percelen gelegen Scherminkelstraat Moorslede en gekend ten kadaster sectie E/ 204 B en sectie E/203A;
Gelet op de princiepsbeslissing van het vast bureau van 10 juni 20025 tot verkoop van dit perceel aan het provinciebestuur;
Gelet op de beslissing van de provincieraad van 25 september 2025 tot machtiging voor deze aankoop van openbaar nut;
Gelet op schattingsverslag waarvan exemplaar in bijlage;
Gelet op de ontwerpakte waarvan exemplaar in bijlage;
Gelet op artikel 40 en 41 decreet lokaal bestuur;
Art. 1. - De raad keurt de ontwerpakte goed houdende verkoop van de percelen landbouwgrond gelegen Scherminkelstraat te Moorslede en gekend ten kadaster sectie E/204 B en sectie E/203A (totale grootte beide percelen:16a20) aan het provinciebestuur voor de prijs van € 10 080.
Met de ‘minimale levering via de digitale meter in voorafbetaling’ (artikelen 5.4.6 tot en met 5.4.10 van het Energiebesluit van 19 november 2010) wil de Vlaamse Regering zich samen met de OCMW’s engageren om klanten bij de netbeheerder te ondersteunen, die onvoldoende middelen hebben om betalingen uit te voeren via het voorafbetalingssysteem Prepaid (vroeger: budgetmeter), en dus tijdens de winterperiode het risico lopen om zonder verwarming te vallen.
De Vlaamse Regering heeft vanaf de winterperiode 2022-2023 de minimale levering uitgebreid naar klanten die elektrisch verwarmen via het exclusief nachttarief. Belangrijk is dat de minimale levering voor aardgas niet kan gecombineerd worden met de minimale levering voor elektriciteit voor eenzelfde klant.
De tussenkomst wordt voor beide verwarmingsbronnen berekend als 60% van de gemiddelde verbruikskost per type woning gedurende de winter en vormt zo een heel substantiële hulp voor de gezinnen.
De doelstelling van de minimale leveringen is om de grootste nood op te vangen, niet om volwaardige gratis verwarming ter beschikking te stellen. OCMW’s moeten de hulpvrager uitleggen dat de opgeladen bedragen staan voor 60% van het gemiddeld verbruik. Concreet zal iedere toekenning dus voldoende zijn om een halve maand te verwarmen aan een minimaal comfort, bijvoorbeeld door de verwarming op 16 graden te zetten of slechts één kamer te verwarmen. Wil men gewoon comfort, dan zullen opladingen met eigen middelen (of met extra financiële steun van het OCMW) noodzakelijk zijn.
Deze regeling is optioneel voor de OCMW’s: zij kunnen beslissen al dan niet in het systeem te stappen. Ze kunnen wel slechts middelen recupereren bij de distributienetbeheerder als ze de procedure volgen. Tijdens de afgelopen winterperiode maakte bijna 9 op 10 van de OCMW’s gebruik van deze maatregel.
Deze regeling valt onder de algemene maatschappelijke dienstverlening, die de OCMW’s op basis van de OCMW-wet toekennen (art. 1 en art. 57, §1). Dit betekent dat de algemene regels inzake OCMW-dienstverlening van toepassing zijn. Een OCMW dat in dit systeem wil stappen, agendeert dit punt dus best op de eerstkomende Raad voor Maatschappelijk Welzijn die dan in het algemeen beslist tot de toepassing van dit systeem.
Zowel de minimale levering voor aardgas als elektriciteit zijn van toepassing in de periode van 1 november tot en met 31 maart. In principe keurt het OCMW de toekenning van een minimale hoeveelheid aardgas en elektriciteit goed vanaf de datum van aanvraag tot het einde van de winterperiode, tenzij gewijzigde omstandigheden de toekenning overbodig maken.
Klanten, met doorheen de toepassingsperiode, die onvoldoende middelen hebben om op te laden, kunnen een hulpvraag indienen bij het OCMW. Maandelijks kan elk OCMW ook een lijst raadplegen op het OCMW-portaal van alle klanten met een digitale meter in voorafbetaling voor aardgas of elektriciteit (exclusief nachttarief). Op basis van deze lijsten kunnen klanten geïnformeerd worden over het bestaan van deze maatregel.
Het OCMW dient aan de hand van een sociaal onderzoek na te gaan of de hulpvraag gegrond is en de mogelijkheid om menswaardig te leven dus in het gedrang is. Deze toetsing gebeurt geval per geval.
De bedragen van de tussenkomsten voor de aanstaande winterperiode zullen in de loop van oktober worden bekendgemaakt. Het is de minister voor Energie die de berekeningswijze vastlegt. Bij het opstellen van de tabel wordt de minimale levering bepaald als 60% van het gemiddeld verbruik in de wintermaanden december, januari en februari. De hoogte van de tussenkomst is afhankelijk van:
Het OCMW kan tot maximaal 70% van het uitgekeerde bedrag, vermeld in de tabel met halfmaandelijkse toekenningen, recupereren bij de distributienetbeheerder. Het resterende percentage recupereert het OCMW (na de toepassingsperiode) bij de hulpvrager in kwestie of neemt het zelf (al dan niet gedeeltelijk) ten laste.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 19 november 2010 houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 maart 2009 houdende invoering van een minimale levering van aardgas via de aardgasbudgetmeter;
Gelet op de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
Gelet op de nieuwe omzendbrief inzake de minimale levering voor aardgas en exclusief nachttarief voor de periode 2025-2026;
Art. 1. - De raad beslist om terug deel te nemen aan de campagne "minimale levering voor aardgas en exclusief nachttarief" voor de winterperiode 2025-2026 en de klant voor deze periode 30 % zelf te laten betalen. Indien de klant geen of onvoldoende middelen heeft, kan het OCMW beslissen om deze 30 % bij te leggen als niet-terugvorderbare steun.
Art. 2. - Gekoppelde voorwaarden: de klant dient zomeropladingen te doen (vanaf 1 april) voor minimaal de helft van het bedrag dat hij heeft genoten van zijn betreffende categorie, de mogelijkheid bekijken om een gratis huishoudelijke energiescan uit te voeren of nagaan of een huur- of isolatiepremie kan aangevraagd worden, voor zover dit nog niet gebeurd is.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 15 (toegang voorbehouden aan sociale werkplaatsen of maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen, of toegang voorbehouden aan programma's voor beschermde arbeid) en artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 140 000,00 niet) en artikel 57;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;
Overwegende dat in het kader van de opdracht “partner voor samenwerking activering” een bestek met werd opgesteld door de dienst OCMW Moorslede -sociale dienst;
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
Overwegende dat de totale uitgave voor de opdracht wordt geraamd op € 80 000 over een periode van 3 jaar (excl. btw);
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien zal worden op het exploitatiebudget op budgetcode 0550-00/6130000;
Raadslid Anneleen Becu vraagt waarom niet samengewerkt wordt met Midwest en wat is er gebeurd met de middelen die reeds in 2025 werden toegekend?
Schepen Benedikt Vallaey antwoordt dat er maar 2 gemeenten gekozen hebben om samen te werken met de DVV Midwest; schepen Andries Sioen vult aan dat er nog geen middelen ontvangen zijn.
Raadslid Sigrid Verhaeghe vraagt of er overleg is omtrent deze materie binnen het Midwest;
Schepen Benedikt Vallaey meldt dat dit zal gebeuren;
Raadslid Ward Gillis vraagt waarom de licentie niet werd verlengd van de REMI-tool en op welke objectieve manier er nu wordt geoordeeld;
Schepen Benedikt Vallaey meldt dat dit momenteel niet voor ligt ter goedkeuring;
Raadslid Ward Gillis meldt dat 1 januari er snel komt en vraagt om onmiddellijk in gang te schieten gezien de federale tussenkomsten zullen afgebouwd worden;
Art 1. - Goedkeuring wordt verleend aan het bestek en de raming voor de opdracht 'partner voor samenwerking activering” opgesteld door het OCMW -sociale dienst. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 80 000 excl. BTW.
Art. 2. - Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Art. 3. - De uitgave voor deze opdracht is te voorzien in het exploitatiebudget van 2026, op budgetcode 0550-00/6130000.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Kristof Vander Stichele
Algemeen directeur
Marnik Vanackere
Voorzitter