Gelet op het reglement van orde betreffende het goedkeuren van de notulen en het zittingsverslag der vorige vergadering, zijnde 20 november 2025;
Overwegende dat tijdens de zitting geen opmerkingen gemaakt werden;
De notulen en het zittingsverslag der vorige zitting worden goedgekeurd.
Op 28 november 2025 ontving het gemeentebestuur bericht via het digitaal loket vanwege Agentschap Binnenlands Bestuur m.b.t. een klacht tegen het gemeenteraadsbesluit d.d. 11 september 2025 'Aanstelling leden GECORO' – kennisgeving toezichtbeslissing;
Cfr. artikel 332, paragraaf 1, 3e lid decreet over het lokaal bestuur wordt deze beslissing ter kennis gebracht aan de gemeenteraad;
Art. 1. - De raad neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen houdende de vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van Moorslede van 11 september 2025 ‘Aanstelling leden GECORO’.
Art. 170§4 van de Grondwet;
Decreet lokaal bestuur, meer bepaald de artikelen 40, 41, 286, 288;
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, met latere wijzigingen;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen;
Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), met latere wijzigingen;
omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de MAR-code 7361100;
De financiële toestand van de gemeente vereist dat er een belasting wordt geheven op verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten. Het verspreiden van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten vergroot de papierberg en brengt kosten voor de ophaling en verwerking van dit papierafval met zich mee.
Art. 1. - Er wordt voor een termijn van 6 jaar, beginnend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten, ongeacht ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.
Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Art. 2. - De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren.
Wanneer deze persoon niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
De drukker en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 3. - De belasting wordt vastgesteld op € 0,025 per verspreid exemplaar, met een minimum van € 25 per verspreiding.
Art. 4. - Er is een vrijstelling van belasting:
Art. 5. – De belastingplichtige moet ten laatste de 15de dag volgend op het kwartaal van verspreiding aangifte doen bij het gemeentebestuur, hetzij uiterlijk tegen 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar. Voor verspreidingen tijdens het vierde kwartaal van het aanslagjaar dient de aangifte te gebeuren uiterlijk tegen 15 januari volgend op het aanslagjaar. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of het gelijkgesteld product.
Ingeval van periodieke verspreidingen kan een aangifte ten laatste de 15de dag volgend op het kwartaal van verspreiding, ook gelden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde aanslagjaar.
Art. 6. - Bij gebreke van een aangifte binnen de in artikel 5 vastgestelde aangiftedatum of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college of het personeelslid dat daarvoor is aangesteld aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingschuldige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art. 7. - De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 8. - De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9. - De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen tegen deze belasting volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008. Het bezwaar moet op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 170 § 4 van de Grondwet;
De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen;
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de MAR-code 7361100;
Overwegende dat het de bevoegdheid is van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen, op te heffen of te wijzigen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Art. 1. - Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een contant te betalen belasting geheven op:
Parkeren in blauwe zones
Art. 2. - De contante belasting 'naheffing blauwe zone' is van toepassing in zones met beperkte parkeertijd (blauwe zones) en op de openbare weg met blauwe zonereglementering overeenkomstig art. 27.1 en 27.2 (KB van 1/12/75 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg).
Art. 3. - De belasting 'naheffing blauwe zone' kan vastgesteld worden, indien niet aangeduid op de signalisatie, tijdens de periode van 9.00 uur tot 18.00 uur, behoudens op zon- en feestdagen (indien niet anders aangeduid op de signalisatie). In de andere gevallen is de belasting vaststelbaar tijdens de periode aangeduid op de signalisatie. Tijdens deze periodes is de belasting verschuldigd van zodra de toegestane parkeerduur is overschreden of wanneer de bestuurder de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf, met uitzondering van het bedrog van de parkeerschijf, niet heeft nageleefd.
Deze belasting bedraagt € 25,00.
Parkeren op parkeerplaatsen waar de parkeerduur beperkt wordt tot 15 min
Art. 4. - De contante belasting 'naheffing extra kortparkeren' is van toepassing op plaatsen aangeduid door de signalisatie fig. E9a met onderbord 'max. 15 min.' overeenkomstig art. 70.2.1.3°.a) (KB van 1/12/75 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg).
Art. 5. - De belasting 'naheffing extra kortparkeren' kan vastgesteld worden, indien niet aangeduid op de signalisatie, tijdens de periode van 9.00 uur tot 18.00 uur, van maandag tot en met zondag, (indien niet anders aangeduid op de signalisatie). Tijdens deze periodes is de belasting verschuldigd van zodra de toegestane parkeerduur is overschreden.
Deze belasting bedraagt € 25,00.
Algemene bepalingen
Art. 6. - De personen met een handicap, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, worden vrijgesteld van de belasting 'naheffing blauwe zone' en 'naheffing extra kortparkeren' en elke parkeerduurbeperking op voorwaarde dat deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. De vervaldatum van de kaart moet zichtbaar zijn voor controle (art. 27.4 KB van 1/12/75 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer).
Art. 7. - De naheffing is verschuldigd door de houder van de nummerplaat.
Art. 8. - De contante belasting wordt betaald:
Art. 9. - Bij niet-betaling van deze contante belasting, wordt de belasting een kohierbelasting. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 10. - De officiële feestdagen zijn: Nieuwjaar (1 januari), Paasmaandag, Feest van de Arbeid (1 mei), O-L-H Hemelvaart, Pinkstermaandag, Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli), Nationale Feestdag (21 juli), O-L-V Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november) en Kerstdag (25 december).
Art. 11. - De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Art. 12. - In geval van niet-betaling na de laatste aangetekende waarschuwing zal worden overgegaan tot gerechtelijke invordering van de parkeerbelasting.
Art. 13. - De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening kan enkel gebeuren door verzending. De indiening moet op straffe van verval gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, moet dit uitdrukkelijk vragen in zijn bezwaarschrift.
De invordering van de belasting wordt in het geval van de in het eerste lid bedoelde betwisting opgeschort totdat het college van burgemeester en schepenen een beslissing genomen heeft.
Art. 14. - Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Art.. 170§4 van de Grondwet;
Decreet lokaal bestuur, meer bepaald artikel 4§3;
Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992, meer bepaald de artikelen 464 tot en met artikel 470/2;
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder MAR-code 7301000;
De gemeente dient er op toe te zien dat haar budget in evenwicht is. De financiële toestand van de gemeente vereist dat er belastingen worden geheven zoals een aanvullende belasting op de personenbelasting.
Art. 1. - Er wordt voor de aanslagjaren 2026-2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2. - De belasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het jaar, dat vooraf ging aan het aanslagjaar.
Art. 3. - De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Art. 4. - Deze verordening wordt naar het Agentschap voor Binnenlands Bestuur verstuurd en aan de Federale Overheidsdienst Financiën, Stafdienst Beleidsexpertise en –ondersteuning, Studiedienst, t.a.v. mevr. Anneliese D’haeseleer, North Galaxy – Toren B6, Koning Albert II-laan 33, bus 22, 1030 Brussel.
Art. 170§4 van de Grondwet;
Decreet lokaal bestuur, art.40§3;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en wijzigingen;
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder MAR-code 7380000;
Het gemeentebestuur heeft tot taak bij te dragen aan het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. Daarnaast is het ook de taak om te voorzien in een degelijke structuur ten behoeve van bedrijven en ondernemers en te zorgen voor de veiligheid en duurzame ontwikkeling in het algemeen. Aan deze taken zijn heel wat kosten verbonden. Het is dan ook redelijk en billijk om een deel van deze uitgaven te spreiden over de burgers en bedrijven. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeenten te financieren.
Raadslid Ward Gillis vraagt of er softwarematig een lijst met éénoudergezinnen kan gemaakt worden. Schepen Andries Sioen meldt dat dit kan.
Wat met verlengde minderjarigheid? Schepen Andries Sioen antwoordt dat we eventueel deze gezinnen eruit kunnen halen, maar dit wordt niet beloofd.
Raadslid Ward Gillis vindt de belasting voor een alleenstaande niet correct; het zou moeten de helft zijn. Dit is een gemiste kans.
Art. 1. - Heffingstermijn en belastbaar feit:
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn van 6 jaar eindigend op 31 december 2031, wordt ten voordele van de gemeente, een jaarlijkse algemene gemeentebelasting geheven. De belastbaarheid wordt telkens bepaald op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2. - Definities
Onder volgende begrippen wordt verstaan:
Art. 3. – Belastingplichtigen
Art. 4. – Tarief
De belasting bedraagt:
Art. 5. - Vrijstelling
De referentiepersoon, die blijkens een attest van het OCMW op de 1ste dag van de maand van het versturen van het aanslagbiljet, 3 maanden leefloon of steun gelijklopend aan het leefloon geniet(en) word(t)(en) vrijgesteld.
Art. 6. - Kohierbelasting
Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting kan vastgesteld en ingekohierd worden op naam van één van de gezinsleden, met dien verstande dat alle gezinsleden hoofdelijk en solidair de belasting verschuldigd zijn.
Art. 7. - Ondeelbaar
De belasting wordt berekend per kalenderjaar en is ondeelbaar verschuldigd. Elk begonnen jaar is volledig verschuldigd, met dien verstande dat de op 1 januari bestaande toestand in aanmerking wordt genomen.
Art. 8. - Betaling
De belasting moet binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet betaald worden.
Art. 9. - Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen tegen deze belasting volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008.Het bezwaar moet op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of de kennisgeving van de aanslag.
Art. 10. - Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.
Artikel 170, §4, van de Grondwet;
Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
De financiële toestand van de gemeente vergt het heffen van rendabele belastingen. De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, onder MAR-code7300000;
Op voordracht van het college van burgemeester en schepenen;
Art. 1. - Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 worden 1134 opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Art. 2. - De invordering van deze gemeentelijke belasting zal gebeuren door toedoen van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst van het beleidsdomein Financiën en Begroting van de Vlaamse Overheid.
Art. 3. - Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan het Agentschap voor Binnenlands Bestuur via het Loket voor Lokale Besturen.
De huidige regeling is echter - zeker voor de waarborgen voor openbaar domein - niet meer doeltreffend en er was nood aan een grondige procesoptimalisatie.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, meer bepaald artikel 4.2.16 §2;
Gelet op de beslissing van de raad in zitting van 3 september 2003 houdende goedkeuring reglement ‘waarborg bij bouwwerken’;
Overwegende dat het reglement de waarborgen bij omgevingsvergunningen beschrijft voor:
Overwegende dat naast het beschrijven van de standaardtarieven volgende procesverbeteringen worden gedaan:
Raadsleden Ward Gillis vraagt dat de mensen aangeschreven worden van de openstaande waarborgen die komen te vervallen;
Art. 1. - De gemeenteraad stelt het reglement vast rond waarborgen en openbaar domein in kader van omgevingsvergunningen. Het reglement in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Art. 2. - Het reglement rond waarborgen en openbaar domein in kader van omgevingsvergunningen treedt in werking op 1 januari 2026.
Overwegende de welzijnsbevraging waaruit blijkt dat een verhoging van het bedrag van de fietsvergoeding billijk is;
Overwegende dat de laatste verhoging van de fietsvergoeding (24 cent per kilometer in plaats van 20 cent per kilometer) dateert van 1 juni 2021;
Gelet op de beslissing van de raad in zitting van 15 december 2005 houdende goedkeuring invoeren fietsvergoeding gemeentepersoneel;
Gelet op de beslissing van de raad in zitting van 30 januari 2014 houdende goedkeuring reglement fietsvergoeding gemeentepersoneel;
Gelet op de beslissing van de raad in zitting van 27 juni 2019 houdende goedkeuring reglement fietsvergoeding gemeentepersoneel;
Gelet op de beslissing van de raad in zitting van 27 mei 2021 houdende goedkeuring reglement fietsvergoeding gemeentepersoneel;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2012 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel;
Overwegende de beperkte financiële impact om de fietsvergoeding op te trekken van 0,24 euro naar het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag per kilometer;
Gelet op het gunstig advies van het managementteam op 20 oktober 2025;
Gelet op het gunstig advies van het college van burgemeester en schepenen/vast bureau op 12 november 2025;
Gelet op het gunstig advies van het bijzonder onderhandelingscomité op 5 en 8 december 2025;
Art. 1. - Met ingang van 1 januari 2026 wordt aan het gemeentepersoneel dat de afstand van de woonst naar de werkplaats met de fiets en omgekeerd aflegt, en dit via het tijdsregistratiesysteem registreert, een premie toegekend. De fietspremie bedraagt het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag per kilometer.
De verplaatsing woonst-werkplaats heen en terug wordt slechts éénmaal per gewerkte dag in rekening gebracht voor de berekening van de premie. Dit is de afgelegde weg tussen de woonst en de werkplaats (geen vogelvlucht en geen onnodige omwegen). Het bepalen van de afstand gebeurt door de personeelsdienst op basis van de gegevens in google maps van domicilie naar de werkplaats.
Het fietsen mag voorafgaan aan of volgen op aanvullend gebruik van de gemeenschappelijke openbare vervoermiddelen. De vergoeding mag evenwel nooit gecumuleerd worden met een tegemoetkoming in de kosten van openbaar vervoer voor hetzelfde traject en tijdens dezelfde periode. Met werkplaats wordt bedoeld de standplaats waar het personeelslid aan verbonden wordt.
Bij misbruik kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om de vergoeding aan het betreffende personeelslid te ontzeggen.
De cultuurraad is opgeheven en vervangen door de werkgroep cultuur-bibliotheek. In verschillende reglementen is er sprake van de cultuurraad.
Het reglement wordt aangepast aan de nieuwe situatie:
De werkgroep cultuur-bibliotheek adviseert de raad om het aangepaste reglement goed te keuren.
Art. 1. - De raad keurt het aangepaste reglement Cultuurprijs goed.
De subsidiereglementen aan de Moorsleedse scholen betreffende de ICT-toelage en tussenkomst snoepgoed (Sinterklaas), dateren beiden van november 2014. De algemene toelage aan de scholen - zonder specifiek doel en zonder verantwoording - dateert nog van een stuk hiervoor.
De 3 reglementen verdeelden de respectievelijke toelage op dezelfde wijze, namelijk op basis van het leerlingenaantal in de school met teldatum 1 februari. De uitbetaling van de 3 subsidies gebeurde weliswaar op een verschillend tijdstip, omwille van de opgevraagde bewijsstukken voor de ICT- en Sint-toelage.
Er wordt nu geopteerd om het reglement te vereenvoudigen tot 1 reglement, waarbij het de bedoeling is om de toelage uit te betalen in 1 keer.
Het budget is voorzien op budgetartikel 0889-00 / 6492200 van het meerjarenplan 2026-2031. De afzonderlijke bedragen van de 3 toelages werden samengeteld en komen zoals vroeger uit op een totale som van € 6 900.
Overwegende de opmerking van raadslid Anneleen Becu of een toelage voor sinterklaas wel nog wenselijk is;
Art. 1. - Met ingang van het boekjaar 2026 wordt een toelage aan de scholen voorzien, berekend op basis van het leerlingenaantal op 1 februari.
Art. 2. - De oude reglementen inzake schooltoelage, ICT- en sinterklaastoelage blijven nog geldig t.e.m. boekhoudkundig jaar 2025.
Het vorig subsidiereglement dateert van 2006, en bevatte toen zowel de premie voor aankoop van een hakselaar als voor een mulchgrasmaaier. Bij de herwerking van het oude reglement wordt de subsidie voor een mulchgrasmaaier geschrapt, omdat quasi iedereen nu toch opteert voor zo'n type grasmaaier en er veelal één heeft.
De aanschaf van een hakselaar wordt verder gepromoot omdat deze nog kan bijdragen tot meer afvalpreventie. Het subsidiereglement van de hakselaar wordt dan ook bij deze hervormd en veréénvoudigd.
Het budget is hiervoor voorzien op budgetartikel 0329-00 / 6491000 van het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 1. - Met ingang van het boekjaar 2026 en binnen de perken van de daartoe in het meerjarenplan voorziene kredieten wordt een subsidie toegekend voor de aanschaf van een hakselaar.
Art. 2. - Met ingang van boekjaar 2026 wordt de subsidie voor een mulchgrasmaaier geschrapt.
In artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur staat o.a. het volgende te lezen:
"De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 266 en 267;
2° het debiteurenbeheer, in het bijzonder de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten en het verlenen van kwijting.
De financieel directeur rapporteert in volle onafhankelijkheid over de volgende aangelegenheden aan de gemeenteraad, aan de raad voor maatschappelijk welzijn, aan het college van burgemeester en schepenen, en aan het vast bureau over de thesaurietoestand, de liquiditeitsprognose, de beheerscontrole en de evolutie van de budgetten."
Gelet op het rapport opgemaakt door de financieel directeur op 3 december 2025;
Art. 1. - De financiële rapportage, toestand t.e.m. 3 december 2025, zoals voorgelegd door de financieel directeur wordt goedgekeurd.
Art. 2. - Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur.
De gemeenteraad stelt zijn meerjarenplan 2026-2031 vast.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikel 249-275);
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen;
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale [en provinciale besturen] volgens de beleids- en beheerscyclus;
Advies van het managementteam van 15 december 2025;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, omvatten ook de kredieten voor dat jaar. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Overwegende de bespreking in de Raad voor maatschappelijk welzijn;
Art. 1. - Het meerjarenplan 2026-2031, deel gemeente, bestaande uit de strategische nota, financiële nota en de toelichting wordt vastgesteld.
Volgens het DLB dient de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW goed te keuren;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikel 249-275);
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen;
Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale [en de provinciale] besturen;
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 december 2025 betreffende meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW: vaststellen;
Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale [en provinciale] besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Advies van het managementteam van 15 december 2025;
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur reikt oplossingen aan om een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk te maken, met respect voor de verschillende rechtspersonen, die erbij betrokken zijn. Daaruit volgt dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) een gezamenlijk meerjarenplan opstellen, dat door beide raden wordt vastgesteld.
Op die manier kan een geïntegreerd lokaal sociaal beleid maximaal worden gerealiseerd: beide rechtspersonen hebben samen één doelstellingenboom, waarbij de doelstellingen van het OCMW en die van de gemeente vervlochten zijn. Ook het financiële evenwicht wordt beoordeeld voor de gemeente en het OCMW samen.
Omdat elke rechtspersoon voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan een duidelijk onderscheid bestaan tussen de kredieten van de gemeente en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten, waarin de kredieten voor de gemeente en het OCMW apart worden opgenomen.
De ramingen, die het bestuur voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 inschrijft voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, omvatten ook de kredieten voor dat jaar. In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Gelet op de bespreking in de Raad voor maatschappelijk welzijn;
Art. 1. - Het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW, bestaande uit de strategische nota, financiële nota en de toelichting wordt goedgekeurd.
Besluit van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen;
Decreet betreffende maatwerk bij individuele inschakeling van 14 januari 2022 en bijhorende uitvoeringsbesluiten;
Besluiten van de gemeenteraad van 19 december 2019, 25 november 2021 en 19 oktober 2023;
Gelet dat de financiering van de dienstverlening gebeurt met toepassing van het Besluit van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Gelet dat Weerwerk vzw door het Vlaamse Departement Werk en Sociale Economie een erkenning kreeg als maatwerkbedrijf en sociale economieonderneming in Vlaanderen;
Gelet dat de huidige diensten van Weerwerk vzw door de betrokken gemeentediensten werden geëvalueerd en bijgestuurd volgens de voorwaarden uit het nieuwe decreet en het huidige beleid van de gemeente Moorslede;
Gelet dat de diensttaken werden afgebakend conform de interpretatie van ‘algemeen economisch belang’ binnen Europese staatssteunregels en de visie van het decreet lokale diensteneconomie. Dit betekent dat het economische activiteiten betreft, die het algemeen belang dienen en die de markt, zonder het overheidsoptreden, niet of niet onder dezelfde voorwaarden inzake kwaliteit, betaalbaarheid, … had verricht;
Gelet dat de diensttaken die aan Weerwerk vzw opgedragen worden, aldus in regel aanvullende diensten zijn waarvoor op vandaag geen gekend aanbod voorhanden is dat aan de gevraagde voorwaarden van het gemeentebestuur voldoet, omwille van kleinschaligheid van de taak, klantgerichtheid, flexibiliteit of hoogdringendheid. Er zijn aan iedere diensttaak voorwaarden gekoppeld inzake burgerparticipatie, tewerkstelling van doelgroepmedewerkers en betaalbaarheid voor de doelgroep waarop de dienstverlening gericht is;
Art. 1 – De gemeente Moorslede belast Weerwerk vzw met de hierna omschreven diensten van algemeen economisch belang op haar grondgebied van 1 januari 2026 tot 31 december 2032:
Art. 2 – De voorwaarden en modaliteiten van deze diensten worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De gemeenteraad keurt het ontwerp samenwerkingsovereenkomst, zoals bijgevoegd in bijlage, met Weerwerk vzw goed.
Art. 3 - Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de betrokken partijen en diensten.
Sinds 1 augustus 2007 bestaat er een intergemeentelijke dienst nood- en interventieplanning in de schoot van de politiezone RIHO. Deze dienst kende door de jaren heen een gestage groei, aangezien steeds meer gemeenten interesse toonden om aan te sluiten. Het aantal samenwerkende gemeenten schommelde de voorbije jaren tussen de 9 en 12 (bovenop de 3 ‘stichtende gemeenten’ Roeselare, Izegem en Hooglede).
Koninklijk besluit betreffende de lokale noodplanning 22 mei 2019;
Decreet lokaal bestuur 22 december 2017;
Nieuwsbrief Nationaal Crisiscentrum (NCCN);
Het nieuwe ‘Wetboek Noodplanning en Crisisbeheer’, waarvan de Ministerraad de eerste lezing goedgekeurd heeft op 29 maart 2024;
Het ontwerp voor het nieuwe KB Noodplanning en Crisisbeheer op lokaal en operationeel niveau ter vervanging van het KB van 22 mei 2019, waarbij voornamelijk aandacht gaat naar de verdere professionalisering van de noodplanning en het crisisbeheer. Daarnaast wordt er veel belang gehecht aan de nazorg en de herstelfase;
De Ministeriële omzendbrief van 14 mei 2024; Deze verwijst naar samenwerking om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen;
Statuten DVV Midwest dd. 22 december 2017, gewijzigd dd. 18 december 2018;
Rechtspositieregeling en arbeidsreglement DVV Midwest goedgekeurd door de raad van bestuur in zitting van 22 oktober 2019;
Gelet op het feit dat er hiervoor budget is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031, meer bepaald AP26.02 (jaarlijks bedrag voorzien van € 35 000,00);
In 2024 werd door de deelnemende Midwest-besturen, Politiezone (PZ) RIHO en DVV Midwest beslist om de NIP werking in te kantelen in DVV Midwest. Hiervoor werd een implicatienota opgemaakt.
Het huidige werkingsgebied bestaat uit 17 gemeenten waarvan 12 gemeenten lid zijn van DVV Midwest. Het gaat om Ardooie, Dentergem (vraag tot toetreding bij DVV Midwest lopende), Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Lichtervelde, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Staden, Wielsbeke en Wingene. Daarnaast doen ook Torhout, Beernem, Oostkamp, Zedelgem en Zonnebeke beroep op deze dienstverlening. Bestuur Moorslede wenst eveneens toe te treden tot deze dienstverlening.
De financiële verdeelsleutel voor de NIP werking binnen de PZ RIHO was geregeld in samenwerkingsovereenkomsten die om een aantal jaar werden vernieuwd. De bestaande samenwerkingsovereenkomsten, die gewoon werden overgenomen door DVV Midwest, lopen af eind 2025. Deze moeten dus vernieuwd worden, wat op zich los staat van de inkanteling in DVV Midwest. Was de NIP werking in de PZ RIHO gebleven, dan had er daar een verlenging moeten gebeuren.
Voor de verderzetting van de samenwerking vanaf 1 januari 2026, werd aan het Midwestoverleg d.d. 28 november 2025 een voorstel van financiële verdeelsleutel voorgelegd. Aangezien niet-Midwest-besturen eveneens gebruik maken van de ondersteuning vanuit DVV Midwest wordt aan deze besturen gevraagd hiervoor een jaarlijkse vergoeding bij te dragen voor de ondersteunende dienstverlening. Teneinde niet driejaarlijks eenzelfde debat te moeten voeren, wordt voorgesteld afspraken te maken voor onbepaalde duur.
Om te voldoen aan de voorwaarden van de BTW circulaire zal, o.a. voor NIP, een kostendelende vereniging worden opgericht vanaf januari 2026.
Art. 1. - De gemeenteraad keurt de nota ‘overzicht werking NIP 2007 – 2025’ en voorstel van financiële verdeelsleutel goed. Deze wordt toegepast vanaf 1 januari 2026.
Art. 2. - Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd op dvv-midwest@midwest.be .
Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking;
Artikel 392-395 van het decreet lokaal bestuur;
Omzendbrief BB 2013/5;
Gelet op de beslissing van de raad, in zitting van 15 maart 2015, houdende oprichting van de interlokale vereniging 'De Amfoor iv';
Gelet op de statuten van De Amfoor iv, zoals goedgekeurd in de raad van 15 maart 2015 en zoals aangepast in zitting van 21 februari 2019;
Gelet op artikel 3 van deze statuten dat bepaalt dat de interlokale vereniging wordt opgericht voor een periode van twaalf jaar vanaf 15 maart 2015.
Deze termijn kan, desgevallend, voor dezelfde of een andere termijn verlengd worden, voor zover de beslissing daartoe bij unanimiteit, door alle participerende gemeenteraden wordt getroffen in de loop van het laatste kwartaal van het voorlaatste jaar van de initiële looptijd;
Overwegende dat het de bedoeling is om de interlokale verenigingen te verlengen en dit ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraden van Moorslede, Staden Zonnebeke en Langemark-Poelkapelle;
Raadslid Ward Gillis vraagt of er zicht is op de nieuwe bedragen?
Schepen Jurgen Deceuninck meldt dat het engagement van de andere deelnemende gemeenten er is;
Art. 1. - De gemeenteraad keurt de verlenging van de interlokale vereniging “De Amfoor iv” goed.
Art. 2. - De interlokale vereniging De Amfoor wordt verlengd met een periode van 6 jaar, ingaand op 15/03/2027 tot 14/03/2033.
In het decreet rond BOA (buitenschoolse opvang en activiteiten) werd er bepaald dat het lokaal bestuur vanaf nu verantwoordelijk is voor de erkenning van het aanbod voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Dit dient te gebeuren via een lokaal erkenningskader en dit kader wordt opgemaakt in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband BOA.
Het lokaal erkenningskader is verplicht van zodra het lokaal bestuur start met de uitvoering van het BOA-decreet en het lokaal beleidsplan BOA en is dus noodzakelijk om op 1 januari met het BOA-decreet aan de slag te gaan en de subsidies hiervoor te ontvangen.
Gelet op het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019;
Gelet op het wijzigingsdecreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) van 21 november 2025.
Het lokaal erkenningskader werd opgesteld met de interne stuurgroep en daarna besproken op de eerste bijeenkomst van het lokaal samenwerkingsverband op 24 november 2025.
Daarna werd het erkenningskader principieel goedgekeurd op het schepencollege van 1 december 2025.
Art. 1. - Het lokaal erkenningskader rond buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) wordt goedgekeurd.
Het BOA-decreet rond buitenschoolse opvang en activiteiten geeft aan het lokale samenwerkingsverband rond dit thema drie opdrachten:
Het is een middel om te komen tot duurzame samenwerking tussen partners. En die samenwerking moet op zijn beurt bijdragen aan het realiseren van een kwaliteitsvol BOA-aanbod in de gemeente.
Net als bij het erkenningskader is een lokaal samenwerkingsverband (en afspraken hoe dit samenwerkingsverband werkt) verplicht van zodra het lokaal bestuur start met de uitvoering van het BOA-decreet en het lokaal beleidsplan BOA. Het is dus ook noodzakelijk om op 1 januari met het BOA-decreet aan de slag te kunnen gaan en de subsidies hiervoor te ontvangen.
Gelet op het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019.
Het afsprakenkader werd opgesteld met de interne stuurgroep en daarna besproken op de eerste bijeenkomst van het lokaal samenwerkingsverband op 24 november 2025.
Daarna werd het kader principieel goedgekeurd op het schepencollege van 1 december 2025.
Raadslid Anneleen Becu is blij met de gezette stappen; maar vraagt dat er ook actief nagedacht wordt om mensen die actief zijn in deze sector zelf aan te sporen om zich kandidaat te stellen?
Schepen Jurgen Deceuninck meldt dat dit zal gebeuren;
Art. 1. - Het afsprakenkader voor het lokaal samenwerkingsverband rond BOA wordt goedgekeurd.
Burgemeester Sherley Beernaert nodigt iedereen uit op de nieuwjaarsreceptie op 3 januari 2026 in het brandweerarsenaal.
Namens Gemeenteraad,
Kristof Vander Stichele
Algemeen directeur
Marnik Vanackere
Voorzitter